Muggen komen voor in waterrijke gebieden. Het water hebben zij nodig voor de voortplanting. Een vrouwtje mug kan ongeveer 100 eitjes leggen, het ei-stadium duurt 2 tot 4 dagen. De eitjes worden in stilstaand water gelegd. Onder water komen de larven uit. De larven zelf blijven onder water. Na maximaal twee weken komen de larven uit tot poppen die ook weer in het water blijven liggen. Na een week worden deze poppen muggen en vliegen ze uit. Muggen houden van warmte en vocht en zijn dus vooral in de zomer en nazomer, met name tegen de schemering, actief. Het zijn alléén de vrouwtjes die mensen steken. De muggenwijfjes hebben bloed nodig voor het rijpen van de eitjes. Mannetjes muggen leven maar kort en zullen alleen de vrouwtjes bevruchten. Het mannetje leeft van plantensap zoals nectar.