Levenscyclus
Mieren hebben zich met 10.000 soorten over de hele wereld verspreid, 40 daarvan komen in Nederland voor. De bekendste zijn de zwart bruine wegmier en de farao- of rode mier. Mieren zijn zeer sociaal levende dieren. Een “mierenstraat” bestaat uit een grote populatie, die weer in de volgende vier soorten is in te delen.
Koninginnen
Bij sommige soorten is maar één koningin per nest. Koninginnen leggen de eieren, de koninginnen zijn iets groter dan bijvoorbeeld de werksters en zijn meestal gevleugeld.
Werksters
Dit zijn onvruchtbare vrouwelijke exemplaren, die zorgen voor de voedselvoorziening, nestbouw en de verzorging van poppen en larven. De werksters treffen we meestal in huis aan. Als zij een voedselbron vinden, zetten ze een reukspoor uit naar het nest. Anderen volgen dit spoor en daarom zien we ze vaak in een keurige lijn achter elkaar aan marcheren. Zo’n spoor noemen we een mierenstraat, die ook gevolgd kan worden om de ingang van het nest te vinden.
Soldaten
Dit zijn ook onvruchtbare vrouwelijke mieren die vooral bij tropische soorten voorkomen. Ze hebben extra grote kaken en verdedigen het nest. Bij de “Nederlandse” soorten komen geen soldaten voor, hier verdedigen de werksters het nest.
Mannetjes
De mannetjes zijn gevleugeld en maar in bepaalde delen van het jaar (per soort verschillend) aanwezig. Ze bevruchten de koningin tijdens de zogenaamde bruidsvlucht, waarna ze sterven. De bevruchte koninginnen werpen de vleugels af en stichten een nieuwe kolonie.
Van de eitjes, larven en poppen van mieren merken we meestal niets, die leven in het nest. Het nest bevindt zich vaak onder tegels of zacht hout. De koninginnen kunnen 15 tot 20 jaar oud worden, de werksters kunnen 2 tot 3 jaar leven.